De crash van Frits Hessing

Autoverkoper Frits Hessing zat in 2011 een beetje klem tussen meerdere hoofdpijndossiers. Juridisch moddergooien met klanten, een beslaglegging op zijn bedrijf en de zoveelste vertraging van de bouw van villaparkeiland Bloeyendael, waar Hessing voor miljoenen persoonlijk garant stond.

door Sonny Motké    fotografie Bart Buijs
leestijd 5 minuten    gepubliceerd in Quote, december 2011

Frits Maria Hessing wordt geboren op 7 maart 1953 in een gezin met tien kinderen die de liefde voor vierwielers van geen vreemde hebben. Pa Hessing  startte in 1936 een autobedrijf in Utrecht waar driekwart eeuw later Frits nog als enige Hessing in het bedrijf zit. Dat ging niet zonder slag of stoot. Waar zijn twee zussen en ouders de auto’s vrijwillig vaarwel zeiden, daar moesten zeven broers allemaal stuk voor stuk worden uitgekocht voor één miljoen gulden per persoon. Sinds 1 januari 1993 is hij via de overkoepelende holding Aerenbergh BV enig eigenaar van het automobielbedrijf dat lekkernijen levert als Bentley, Maserati en Rolls-Royce. Wie dacht dat dit een eureka-momentje voor Frits was heeft het mis, want zoals hij geeft in een interview met Quote uit 1999 toe niet veel met auto’s te hebben: ‘Het is geen passie, meer een gevoel voor auto’s. Maar het blijft natuurlijk interessanter dan een mosterdfabriek.’

De verkoop liep lange tijd erg lekker, maar de winst was nooit hoger dan de prijs van één Bentley: een tonnetje of zeven (in guldens).  Echter, sinds de financiële crisis is die plus overgegaan in een stevig minnetje, de la