Wild West-Journalistiek

Je hebt een primeur en vervolgens zie je dat nieuws in andere media opduiken. Zonder verwijzing naar jouw verhaal. Volgens mij is er sprake van Wild West-praktijken in de Nederlandse journalistiek.

door sonny motke    fotografie Flickr/Mark Gunn
leestijd 6 minuten    gepubliceerd in

Een regelmatig terugkerende discussie in de journalistiek is het ‘verwijzingsbeleid’. Of, beter gezegd, de non-existentie ervan.

Een klein jaar geleden concludeerde Gerard de Jong in een schrijven op De Nieuwe Reporter dat in het internettijdperk de gang van zaken rond de niet in steen gegraveerde bronverwijzingsregel als ‘een janboel’ valt te typeren. De auteur van De Bildtse Post werd geconfronteerd met het vraagstuk toen zijn politieke primeur door de nationale media werd overgenomen, maar lang niet altijd met een (correcte) verwijzing.

Een primeur van ‘nieuwsratjes’

Als journalist van het zakenblad Quote werd ook ik onlangs weer geconfronteerd met de verwijzingsproblematiek. Het betreft de berichtgeving rond de verkoop van het voormalig Amsterdamse Paleis van Justitie aan de Brabantse projectontwikkelaar. De ochtend nadat de Rijksvastgoeddienst de deal van €60 miljoen wereldkundig maakte besloot ik samen met een collega het doopceel te lichten van de nieuwe eigenaar. Het bleek te gaan om Louis Meijer, een man die begin dit jaar nog strafrechtelijke vervolging afkocht in de corruptiezaak rond ex-VVD-senator Ton Hooijmaijers.

Als echte ‘nieuwsratjes’, een term geïntroduceerd door een van onze oudere collega’s die het journalistenvak nog leerde met een typemachine, belden we de Rijksvastgoeddienst en Meijer – met succes – voor een reactie. Met de wil om als eerste dit ‘nieuwtje’ te brengen, wisten we ruim voor het middaguur – op dinsdag 23 juni – een artikel te publiceren op de Quote-website. Een in opspraak geraakte vastgoedman die een voormalig gerechtshof – de ironie! – koopt van de overheid – dubbel ironie! Dat moet toch wel een rimpeling in het nieuwsbassin veroorzaken, zo dachten wij.

Er gebeurde vervolgens een hele tijd niets. Dezelfde dag werd bij geen enkel nieuwsmedium gerept over de opmerkelijke achtergrond van Louis Meijer. ‘Zal wel niet spannend genoeg zijn’ en ‘het is alleen iets voor branchekenners’, waren reacties die boven kwamen borrelen op onze redactie.

Andere media brengen het nieuws

Toen werd het woensdagmiddag. Ruim een dag na onze publicatie was het Meijer-verhaal plots te lezen in Het Parool. Het artikel, dat gelijktijdig digitaal werd gepubliceerd, kende dezelfde strekking als het Quote-verhaal – titel: ‘omstreden vastgoedman koopt Paleis van Justitie’ – maar verwees niet naar onze bevindingen. De journalist had wel voor aanvulling gezorgd door de gemeente Amsterdam een negatieve reactie te ontlokken over de transactie.

Op woensdagavond verscheen vervolgens op de website van Het Financieele Dagblad het artikel ‘Voormalig Paleis van Justitie in handen van omstreden vastgoedman’. Wederom dezelfde strekking, maar in tegenstelling tot Het Parool werd er niks nieuws gemeld. Sterker nog, dit artikel combineerde informatie die eerder te lezen was in Quote én Het Parool. Op donderdagochtend, inmiddels twee dagen na de Quote-publicatie, verscheen het artikel in de zalmroze krant.

Verwijzen of niet?

Op onze redactie was op dat moment de discussie op gang gekomen of een van de journalisten naar Quote had moeten verwijzen of niet. En, net als bij alle journalistieke debatten, was er geen uniformiteit te ontdekken. Het ene kamp sprak van diefstal, het andere hing de filosofie aan waarmee Gerard de Jong ook ooit werd geconfronteerd: ‘Als het verhaal ‘na te bellen’ is, dan is verwijzen toch niet noodzakelijk?’

Uiteindelijk besloot ik om zowel Het FD als Het Parool te vragen of er geen verwijzing naar Quote af kon. De twee zaken die daarbij van belang waren: 1. het vrij grote tijdsverschil tussen de verschillende artikelen met hetzelfde ‘nieuws’ en 2. Quote was (en is tot op heden) het enige medium dat erin geslaagd was een reactie uit de mond van Louis Meijer zelf op te tekenen.

Eigen bronnen geraadpleegd

De reactie van Het Parool kwam als eerste: de journalist gaf ruiterlijk toe dat hij het Quote-artikel had gelezen en zelfs van plan was ernaar te verwijzen. Hij zag er echter vanaf toen, op het laatste moment, de gemeente Amsterdam een reactie gaf. Soit, er is iets toegevoegd, maar rechtvaardigt dat het feit dat de verwijzing naar de bron – waar hij als eerste over Meijer las – wordt verwijderd? We kwamen er niet uit, maar de journalist beloofde voortaan voorzichtiger te werk te gaan.

De reactie van Het FD volgde niet lang daarna. Deze was prikkelender. ‘Ik heb al weken niet op julie website gekeken’, luidde de tweede zin van de verklaring. Ergo: omdat ze het artikel niet gezien had, kon er niet naar gelinkt verworden. Bovendien had ze ‘eigen bronnen’ die haar op eenzelfde (doch significant langer dan ons) spoor had gezet. Er werd afgesloten met een geruststelling: ‘Als ik een stuk schrijf dat op jullie artikelen is gebaseerd zal ik zeker een vermelding (…) opnemen.’

Het belang van bronnenonderzoek

Het is een intrigerende reactie. Buiten dat ik niet kan controleren of de bewering waar is – wat overigens goed kan, ik zit ook niet de hele dag te F5’en bij mijn (financiële) collega’s – werd reeds tijdens mijn journalistieke opleiding op het belang van bronnenonderzoek gehamerd. Ik werk nog steeds volgens het principe waarbij, voorafgaand aan publicatie, eerst grondig wordt gecheckt of een ander hetzelfde ‘nieuws’ al heeft gebracht. Hiervoor hoef ik niet elke nieuwssite apart door te spitten; dit systeem kan met een paar kliks worden uitgevoerd bij Google News of de krantenbank van LexisNexis.

Blijkbaar is deze praktijk niet van groot belang, of in ieder geval geen gemeengoed bij sommige collega’s. Een ander, nog tijdrekkender, voorbeeld hiervan komt op het conto van het Eindhovens Dagblad. Zij slaagden er onlangs in een nieuwtje van de Quote-website preciestwee weken (!) later op pagina 3 van de krant af te drukken. Na zo een tijdspanne, is dit dan nog ‘eigen nieuws’? Het argument dat een journalist op basis van ‘eigen bronnen’ (veel) later met hetzelfde verhaal komt als de concullega‘s valideert dat blijkbaar.

Eer en erkenning

Overigens, laat niet misstaan: ik volg het eigen bronnen-argument wel. Maar is het in de journalistiek niet óók van belang wie er als eerste, onafhankelijk van zijn bronnen, een verhaal rond kan krijgen voor publicatie? Daar doe je het als nieuwsjager toch voor? Je krijgt er geen prijs voor, maar het zorgt toch voor een bepaalde eer en erkenning voor je werk.

Dat er twee dagen na berichtgeving van Quote, toch ook een nationaal medium, een artikel in het FD wordt afgedrukt waarin niks is toegevoegd en Louis Meijer niet wordt opgevoerd als sprekende bron; dat is toch vreemd? Of kan dit gerechtvaardigd worden met de repliek ‘ik lees Quote niet’?

NRC Handelsblad op de mat

Terwijl mijn redactie nog druk discussieerde plofte op vrijdagmiddag, vlak voor de vrijmibo, het NRC Handelsblad op de mat. Ergens middenin stond het artikel ‘Verdachte van omkoping koopt Paleis van Justitie’. Verrek: weer hetzelfde verhaal, wederom zonder toevoeging. Geïnteresseerd vroeg ik de NRC-journalist via Twitter waarom hij nu, drie dagen na Quote, met dit verhaal kwam en niet verwees naar ons (of, for that matter, Het Parool en Het FD).

‘Het is serieus dat ik jullie artikel nu voor het eerst zie’, was zijn eerste reactie. Om er later aan toe te voegen dat hij al op dinsdag bezig was met het artikel, maar het niet geplaatst kreeg tot vrijdag. Vandaar dat verwijzing in zijn optiek niet nodig was: hij was uit zichzelf aan het verhaal begonnen en de Quote-publicatie bestond nog niet. Dat hij pas kon publiceren lang nadat iedereen er al overheen was gegaan, deerde niet: ‘Dit (artikel) kon prima later in de week.’

Wild West

Tja. Wat is goed en wat is slecht? Net als Gerard de Jong kom ik tot de conclusie dat er geen peil valt te trekken op de verwijzingspraktijk van journalisten. Natuurlijk, ik ben niet bekend met het pre-computertijdperk, maar ik snap heel goed dat mensen roepen dat met de introductie van het Wereldwijde Web journalistiek is verworden tot een soort Wild West. Of ja, juist in Amerika zijn de praktijken collegialer te noemen. Daar wordt zelfs door grote persbureaus standaard naar de ‘eerste brenger’ van het nieuws verwezen, zoals in dit voorbeeld van AP, dat in de derde alinea braaf naar Yahoo Sports verwijst.

In Nederland is deze praktijk niet bekend. Hier geldt nog die ene regel uit het oude, door cowboys bevolkte, Amerika: het recht van diegene met de grootste blaffer en (schot)bereik. Wat dan te doen als nieuwsrat? Waarschijnlijk een tijd niet meer websites van de concurrentie besnuffelen.