De man van €3,7 miljard

De dag dat Paul Polman werd aangesteld als ceo van Unilever schoot het aandeel met 6,5 procent omhoog. Maar wie is dit goudhaantje dat van alle markten thuis is, en volgens sommigen het ook tot kardinaal had kunnen schoppen? Portret van een grenzeloos ambitieuze Tukker: ‘Hij sprong er altijd al bovenuit’.

door Sonny Motké    fotografie Carlfried Verwaayen
leestijd 8 minuten    gepubliceerd in Quote, augustus 2011

Het had niet veel gescheeld of Paul Polman was nooit de hoogste baas van Unilever geworden. In november 2008, vlak nadat bekend was geworden dat hij het stokje zou overnemen van toenmalig ceo Patrick Cescau, was de gehele Unilevertop in het Taj Mahal Palace Hotel in Mumbai aanwezig toen islamitische terroristen een golf van aanslagen pleegden op meerdere doelwitten in de grootste stad van India. In het hotel werden meerdere explosieven tot ontploffing gebracht en gegijzelden tegen de muur gezet en vervolgens één voor één doodgeschoten. Tussen alle explosies en rondvliegende kogels door wist Polman ternauwernood te ontsnappen via een lager gelegen dak en uiteindelijk met een tijdelijk paspoort India te verlaten. Het is één van de weinige dingen waar hij niet graag over praat, weet zijn oudere broer René Polman. 'Zakelijk is Paul heel goed, dan weet hij altijd waar hij mee bezig is. Maar privé is het iets minder, hij praat niet graag over zijn gevoelens. Dat van de aanslagen is geweest. Paul zegt dan, als een Polman betaamt: het is wel goed zo'.

Deze opvatting van de achtkoppige Twentse familie – vier broers en twee zussen - staat haaks op de carrière van tweede zoon Paul. Het beste is niet goed genoeg voor hem. 'Hij streeft altijd naar het hoogst haalbare, maar is tegelijkertijd ook heel begaan met het sociale aspect. In die zin denk ik niet dat hij ooit een Nout Wellink zou willen opvolgen’, aldus broer René. Dit beeld is zeer herkenbaar bij Joost Nijhuis, vriend van Polman sinds hun gezamenlijk tijd op het Jacobus College (nu Het Stedelijk Lyceum) te Enschede. Volgens Nijhuis ligt de patersschool die werd geleid door de rooms-katholieke orde van de karmelieten ten grondslag aan het succes van Polman. ‘We leerden daar intrinsieke waarden en normen aan, een bepaalde bedrijfscultuur van ‘ora et labora’ (vertaling: bid en werk). Daarin leer je je verantwoordelijkheden nemen en voor dingen te gaan, maar ‘nicht um jeden preis’. Paul zal dan ook nooit dingen doen ten koste van een ander, al komt hij er natuurlijk niet onderuit om mensen te ontslaan.’

‘Polman is de eerste 'outsider' in de geschiedenis van het bedrijf die de positie van ceo mag bekleden.’

Wat heet. Na zijn aantreden bij Unilever hanteerde Polman de heggenschaar en verving in rap tempo ruim zestig procent van de topmanagers van het concern. Snoeien om te groeien zoals dat tegenwoordig heet. Volgens Polman noodzakelijk om voor een cultuuromslag te zorgen. ‘Van herstructureren moest de focus worden gelegd op consistente groei, en de lat is nu gelegd op een verdubbeling van de sales tegen 2020’, zegt Charlie Mills, financieel analist van Credit Suisse. De jaarcijfers van 2010 liegen er dan ook niet om. De fabrikant van onder andere Ben & Jerry’s en Axe kende een groei in de onderliggende verkopen van 4,1% en een volumegroei van 5,8% ten opzichte van het jaar ervoor. Daarnaast was er een stijging van 11% in omzet tot 44,3 miljard euro en 26% in winst tot 4,59 miljard, al moet worden opgemerkt dat de groei grotendeels op het conto kan worden geschreven van de overnames van Alberto Culver, fabrikant van haar- en persoonlijke lichaamsverzorgingsproducten, en de persoonlijke verzorgingstak en wasmiddelendivisie van Sara Lee. Volgens Polman moet het mogelijk zijn om de omzet op eigen kracht te dubbelen en zodoende weer de aansluiting te maken met de grote concurrenten Proctor & Gamble en Nestlé. Deze twee giganten vertonen al jaren betere groeicijfers dan Unilever. Willen ze dat goed maken, dan is er een minimale groei van 7% per jaar nodig menen analisten.

En wie kan Unilever nou beter terug aan de top brengen dan een man die zijn sporen ruimschoots verdiend heeft bij zowel P&G als Nestlé zullen ze bij Unilever gedacht hebben. Principes werden overboord gegooid. Polman is de eerste ‘outsider’ in de geschiedenis van het bedrijf die de positie van ceo mag bekleden. ‘Sommige mensen hebben daar zeker even om moeten slikken, maar uiteindelijk is gewoon de beste man op de beste plaats terecht gekomen. En dankzij Polman staan de neuzen in het bedrijf nu weer één richting op’, zegt Kees van der Graaf, oud-bestuurder van Unilever. Het zijn niet alleen de zakelijke prestaties – Polman werd bij P&G uitgeroepen tot European Business Leader of the Year en bij Nestlé tot CFO of the Year – die indruk maken op iedereen, ook de persoon Polman lijkt de mensen te betoveren. ‘Hij is een bijzondere man met veel gedrevenheid en passie, iemand die mensen kan inspireren. Mensen zijn onder de indruk en hij wordt dan ook op handen gedragen binnen het bedrijf. Nee, u mag gerust weten dat ik een gat in de lucht sprong toen hij ceo werd’, zegt een enthousiaste Anthony Ruys, oud-bestuursvoorzitter van Heineken die jarenlang bij Unilever heeft gewerkt. Dat Polman goed met mensen is kan zijn broer René beamen. ‘Hij komt op zoveel plekken over de hele wereld en waar de mensen ook zitten, wie ze ook zijn, ze vragen allemaal hoe het met Paul gaat. Tot de portier van de parkeergarage in Madrid aan toe. Hij is ook heel begaan met mensen. Als er een familielid van iemand die de kopieerapparaten vervangt ernstig ziek is geworden stuurt hij  ook een bloemetje met zijn naam erop. Allicht is dit allemaal ook een beetje berekenend’.

‘Zelfs als priester had 'ie het ver geschopt. Misschien zelfs tot kardinaal.’

De wortels van de bijkans halfgod Polman liggen in een gelovig gezin waar, hoe kan het ook anders, de ander altijd centraal stond. Zo werden zelfs Koerdische vluchtelingen in huis genomen om er maar voor te zorgen dat ze het niet slecht hadden. ‘Dat gezin had ‘het’ gewoon. Dat Pauls familie zo uitstekend was geeft hemzelf ook een stimulans. Dat dit een groot verschil kan maken zie je tegenwoordig heel goed’, weet Arnold Wentholt. Hij was conrector op het Jacobus College toen een kleine Paulus Polman er door de gangen ronddwaalde. Hij herinnert zich hem nog goed. ‘Paul was goed in alles. Hij kon schilderen, schrijven en speelde in toneelstukken. Hij sprong er altijd al bovenuit en heeft zich nooit op mijn kamer hoeven melden’. Polman begon zijn schoolcarrière overigens op het Seminarie van de Karmelieten in Apeldoorn, ervan overtuigd dat hij priester zou worden. Wentholt: ‘Ik denk dat zelfs als ‘ie dat had gedaan hij het heel ver had geschopt. Misschien zelfs tot kardinaal.’ Na één jaar vertrok Polman echter naar het Jacobus College om zodoende de weg vrij te maken voor een academische studie.

Volkomen doordrongen van de overtuiging dat hij de mensen op deze wereld moest helpen vertrok Polman in 1974 naar Groningen om daar medicijnen te gaan studeren. Helaas wordt hij tot drie keer toe uitgeloot en moet hij zijn plannen bijstellen. Hij besluit bedrijfseconomie te gaan studeren, net als zijn jeugdvriend Marcel Zegger die nog een klein jaar met Polman in hetzelfde studentenhuis heeft gewoond. ‘We woonden met een man of vijf samen op de Radesingel, binnen de grachten natuurlijk. Hij was een zeer nette, georganiseerde huisgenoot, maar geen culinaire man. Voor eten gingen we meestal naar de cafetaria. In bier drinken waren we wel goed trouwens’. Het mag geen verrassing heten dat Polman, net als vele andere topmannen in het bedrijfsleven, lid is geweest van het corps. Toch blijkt zijn naam in geen enkel jaarboek van Vindicat terug te vinden. ‘Hoe dat kan weet ik ook niet, maar ik zou er 100.000 euro op durven zetten dat hij lid is geweest’, zegt Paul Rohof, een andere jeugdvriend van Polman. ‘Hij was overigens eerst kort lid van Albertus, maar dat hebben we hem dusdanig onder de neus gewreven dat hij overstapte naar Vindicat. Daar was het gewoon gezelliger en zaten ook zijn meeste vrienden’. Rohof kan zich niet herinneren dat Polman een hardwerkende student was. ‘Hij was niet één of andere knor die hele dagen achter de boeken zat, anders was ‘ie ook niet mijn vriend geweest!’

‘Hij denkt altijd ver vooruit met de vraag 'wat wil ik doen' in zijn achterhoofd. Hij is ook heel goed in het kiezen van vrienden op die manier.’

Ondanks dat Polman ‘een niet onplezierige tijd’ had in Groningen besloot hij na drie jaar te vertrekken naar de Verenigde Staten voor zijn vervolgopleiding. Wat eerst lijkt op een toevallig besluit omdat vrienden van zijn ouders daar wonen, blijkt later een uitgekiende start te zijn van een indrukwekkende carrière. Broer René: ‘Paul heeft altijd een plan bij de dingen die hij doet. Hij denkt altijd ver vooruit met de vraag ‘wat wil ik doen’ in zijn achterhoofd. Hij is ook heel goed in het kiezen van vrienden op die manier, die zijn ook alleen maar ‘van niveau’.’ Na zijn studie gaat Polman werken voor Procter & Gamble, wiens hoofdkantoor ‘toevalligerwijs’ in Cincinnati ligt. Hij zal vervolgens meer dan 25 jaar voor het bedrijf werken in diverse functies over de hele wereld. ‘Paul schoot als een speer omhoog bij P&G en pakte de kansen die hij kreeg’, weet Frank ten Brink, cfo van het Amerikaanse afvalverwijderingsbedrijf Stericycle en tevens vriend van Polman. ‘Ik vond het vooral knap dat hij durfde te switchen van de financiële naar de marketing afdeling binnen het bedrijf. Dat maakt hem ook een allround business persoon die de beste beslissingen kan nemen. Hij zal niet anderen zomaar zijn wil opleggen, maar juist door goed te luisteren en vragen te stellen proberen tot een consensus te komen. Maar hij zal niet eindeloos om de zaak heen draaien, want een beslissing moet op een gegeven moment gemaakt worden.’

Polman heeft sinds zijn vertrek naar Cincinnati nooit meer in Nederland gewoond en is een man van de wereld geworden. Al zal hij ‘zien hoesnummer’ nooit vergeten. ‘Als er iets gebeurt neemt hij direct contact met mij op. Vaak mailt hij in het Engels en zet er dan bij ‘I’m on the airport in Hong Kong’ of iets dergelijks om maar aan te geven hoe druk hij is. Hij heeft ook eigenlijk helemaal geen tijd meer. Al belt hij ons moeder wel één a twee keer per week’, aldus broer René. Ook probeert Polman jaarlijks met een hecht vriendclubje af te spreken voor een soort reünie. Als dat niet in Nederland kan gebeurt dat in Genève, waar Polman nog steeds officieel resideert samen met zijn Amerikaanse vrouw die hij leerde kennen tijdens zijn studie. De Tukker raakte verknocht aan de Zwitserse stad tijdens zijn werk voor P&G Europa en weigerde vervolgens weer te verhuizen naar de States. Daarom ging hij in 2006 in op het aanbod van Nestlé, met hoofdkantoor in Genève, om de nieuwe cfo te worden.

‘Polman verdiende ruim €5,5 miljoen in 2010, maar als hij krijgt aangeboden om zijn werk voor minden te doen zou hij dat ook doen.’

Polmans ster rees direct binnen het bedrijf en binnen no time werd hij de topfavoriet voor de hoogste baan. Maar tot ieders grote verrassing werd niet hij, maar de Belg Paul Bulcke verkozen tot ceo. De leiding van het grootste voedingsmiddelenconcern ter wereld verdedigde de keus door te stellen dat Bulcke, met zijn 28 jaar ervaring binnen het bedrijf, veruit de beste ‘lijnmanager’ is en Polman, ondanks zijn charisma, als cfo niet verantwoordelijk was voor de goede prestaties van het bedrijf. De markt dacht er iets anders over: het aandeel Nestlé daalde na de bekendmaking direct met 3,6 procent uit vrees voor Polmans vertrek. Dat gebeurde niet. Polman bleef, maar toen Unilever hem in 2008 benaderde om het kunstje dan maar bij hun te komen flikken had hij niet veel bedenktijd nodig. Een goede beslissing, als we Joost Nijhuis, lid van de vriendenclub, moeten geloven. ‘Ik had niet gedacht dat Paul zo ver zou komen omdat hij een vrij rustige, ingetogen jongen is die niet graag in de spotlights wilde staan. Maar hij heeft wel een authentieke persoonlijkheid en bezit de gave om mensen te enthousiasmeren, wat hemt tot een charismatisch leider maakt.’

‘Zijn toptijd op de marathon is ongeveer 3 uur 55 minuten, niet slecht voor een man van zijn leeftijd en met zo een conditie’

Dat Polman net als vele andere bazen rijkelijk beloond wordt voor zijn daden is een publiek geheim. Over 2010 verdiende hij ruim 5,5 miljoen euro, waarvan 1,7 miljoen aan bonussen. Hoewel veel van zijn verdiende geld ongetwijfeld werd gebruikt om de dure opleidingen van zijn drie zoons te bekostigen – universiteiten in New York, Genève en Richmond zijn niet bepaald goedkoop – en het mogelijk maakt om dingen te regelen die anderen niet voor elkaar zouden krijgen – zoals een privé-rondleiding door de beroemde Tate Gallery op een vriendenuitje – is Polman zeker niet ‘money driven’. ‘Als hij krijgt aangeboden om zijn werk voor minder te doen zou hij dat ook doen’, meent Nijhuis. Bovendien geeft hij veel geld ook weg aan goede doelen, voornamelijk aan zijn eigen Kilimanjaro Blind Trust die blinden kinderen in Oost-Afrika probeert te helpen. Voor die stichting slooft Polman zich ook graag uit door af en toe een marathon te rennen. Polmans’ toptijd staat op ongeveer 3 uur 55 minuten: ‘bepaald geen slechte tijd voor een man van zijn leeftijd en met zo een conditie’, aldus broer René die tevens fysiotherapeut is.

Dat de inmiddels 55-jarige Polman haast door nagenoeg iedereen heilig wordt verklaard leidt allerminst tot jaloezie binnen zijn vriendenkring. Nijhuis: ‘Ik dacht wel eens: wat heeft Paul wat ik niet heb? Toen ik zijn werkkamer in Genève binnenliep zag ik het antwoord aan de muur hangen. Hij heeft een collage van privé-dankbetuigingen op de muren hangen van teams en task forces waar hij mee gewerkt heeft. En dan geen Amerikaanse bedankjes met weinig diepgang, maar echte bezielende, warme dankbetuigingen. Toen dacht ik: jij bent een man die overal middenin staat, niet zo een gorilla op de apenrots, een macho in een of andere testosteronomgeving zoals een Rijkman Groenink. Nee, Paul is een ceo die we vandaag de dag op deze wereld nodig hebben’.